Het curriculum of leerplan is geen willekeurig kader, maar een fundamenteel element van de steinerpedagogie. Het benadrukt wezenlijke en inhoudelijke leiddraden die steeds rekening houden met de leeftijd. Ze versterken de ontwikkeling van kinderen en jongeren door de inherente spiegeling en vakoverschrijdende opbouw van de inhoud. Deze is gespreid over meerdere jaren waardoor samenhangende spanningsbogen ontstaan.

Het pedagogisch aanbod is continu in ontwikkeling omdat het rekening houdt met de geografisch-culturele ligging en met de eigentijdse politieke en maatschappelijke evoluties.

Elke school situeert zich immers ook binnen een culturele, geografische en politieke context,
die invloed uitoefent op het leerplan. Men zou dit kunnen vergelijken met de wijze waarop Steiner’s aanwijzingen voor schoolarchitectuur en vormgeving van de klassen een sfeer creëren die bij elke leeftijd past.

Als gevolg van haar eigen geschiedenis heeft iedere regio en ieder land een eigen toegang tot de wereldgeschiedenis. Dit heeft zijn weerslag op het curriculum. Elke school staat ook in relatie tot de voorwaarden die de overheid stelt op het vlak van onderwijs. De mate waarin Steiner’s aanwijzingen voor het curriculum daadwerkelijk in het leerplan opgenomen worden, hangt af van de onderwijspolitiek in elk land. Ook de integratie van de richtlijnen die Rudolf Steiner gaf voor het lesgeven – die zich bijvoorbeeld vooral op westerse culturele waarden baseren – kunnen vervolledigd of vervangen worden door andere waardevolle culturele inhouden, zolang de pedagogische visie behouden blijft.

IMG_2632

Steinerpedagogie is een onderwijsvorm waarbij leerkrachten lesgeven vanuit de mens- en ontwikkelingsvisie van de antroposofie, een filosofie die dient als inspiratiebron maar zelf niet onderwezen wordt. Het onderwijs staat ten dienste van de persoonlijkheidvorming, met inbegrip van de sociale vorming. Het is immers de bedoeling dat de leerling er zich in zijn totaliteit evenwichtig en vrij kan ontplooien. Een harmonieuze ontwikkeling van hoofd (verstand), hart (gevoel) en handen (daad- en scheppingskracht) staat voorop.

Om dit te kunnen doen houdt het onderwijs rekening met de ontwikkelings- en levensfasen van de mens die schematisch zijn in te delen in perioden van telkens zeven jaar. Elke fase heeft zijn specifieke wetmatigheden, kwaliteiten en vermogens, die een aangepaste aanpak vragen (zowel binnen opvoeding als onderwijs) voor een optimale ontwikkeling. Elk individu en elke periode vragen daarbinnen om een eigen nuancering. Afhankelijk van de ontwikkelingsfase zal in de steinerpedagogie de nadruk meer liggen op de ontwikkeling van de motoriek, de ontwikkeling van het gevoelsleven als basis voor het sociale en het kunstzinnige, en de ontwikkeling van een onbevooroordeeld denk- en oordeelsvermogen. Opvoeding en onderwijs leggen zo mee de basis voor innerlijke vrijheid, verantwoordelijkheid en moraliteit.

Algemeen gesproken is onderwijs erop gericht om kinderen kennis en vaardigheden aan te leren zodat het later goed voorbereid kan deelnemen aan de maatschappij. Omdat echter niet te voorspellen valt hoe die maatschappij er in de toekomst uit zal zien, focussen de steinerscholen op eigenschappen die voor de leerling van belang zijn om zich later blijvend te willen en te kunnen ontwikkelen.

Het leerplan van de steinerscholen is zo opgebouwd dat alle vakken in hun onderlinge samenhang deze ontwikkeling ondersteunen. Intellectueel, creatief, ambachtelijk en sociaal wordt het kind uitgedaagd om zijn persoonlijkheid te ontplooien. Leerstof is daarbij altijd middel en ontwikkeling het doel.

Op de steinerschool leren kinderen rekenen en schrijven, leren ze omgaan met de computer, krijgen ze les in vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis. Ze krijgen vakken als wiskunde, scheikunde en biologie. Hiermee leggen ze een basis voor hun toegang tot hoger onderwijs en beroepsvoorbereiding. Op de steinerschool wordt daarnaast een ruime waaier van kunstzinnige en ambachtelijke vakken aangeboden: schilderen, muziek, toneel en handenarbeid stimuleren de creativiteit maar bevorderen ook een brede en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling.

Tegenover alles wat het kind vanuit z’n verleden meebrengt, Past bij de opvoeder de innerlijke stemming van de eerbied. Bij alles wat naar de toekomst verwijst, Past innerlijk enthousiasme. Bij dat wat het kind in het hier en nu meemaakt, Past het beschermende gebaar. Dat zijn de drie stemmingen, de drie grondhoudingen Die in de ziel van de opvoeder aanwezig moeten zijn.

Rudolf Steiner

Evaluatie en Rapporten

Zo worden bij de leerlingen de individuele oordeelsvorming, de empathie en het zelfstandig handelen aangemoedigd. Het is dus belangrijk dat de bovenbouwleerkrachten behalve bekwaam in het vak ook vaardig zijn om jongeren zó te ontmoeten dat zij hun persoonlijke missie leren ontdekken en de moed ontwikkelen om hun leven daarnaar te richten.
Onderwijs is pas geslaagd als het bij jongeren verdere vragen oproept en zij geen verveling maar ware interesse ontwikkelen en tonen met betrekking tot de medemens en de wereld.
Op een steinerschool worden oplossingen gezocht om de prestatiedruk bij examens in evenwicht te houden met een gezonde geestelijke en lichamelijke ontwikkeling.